Het Westen is getransformeerd tot een moraliserende culturele dwingeland die geen neutrale positie meer heeft in de eigen samenleving en in de mondiale geopolitieke ordening. De instituties van de Staat zijn bevolkt door een tot totalitarisme neigende technocratische elite. Dit proces is op gang gekomen als gevolg van een symbiotische vervlechting van de banksector, het grootbedrijf en de Staat. Deze vervlechting is geïnitieerd door de Staat, omdat de financiering van een welvaarts- en oorlogseconomie grote financiële investeringen vergde. Het bedrijfsleven heeft het omarmd omdat het grote economische voordelen bood.
De transnationale techno-corporatistische elite is losgezongen van de samenleving, stelt eigen belang boven algemeen belang en dat resulteert in toenemende onvrede bij de bevolking. Het is een onvrede die snel kan omslaan in een aanval op de macht. Om dit tegen te gaan, heeft de elite de afgelopen jaren zowel voor als achter de schermen de machtsposities verstevigd. Rudimenten van wat er nog aan de oude westerse beschaving over is komen hiertegen in opstand. BRICS-landen proberen aansluiting te vinden bij dit ‘oude’ Westen, omdat alleen deze versie van het Westen ingebed kan worden in de multipolaire wereldorde. Staan we aan de vooravond van de wederopstanding van het ‘oude’ op neutraliteit gebaseerde Westen?
Neutraal
Tot honderd jaar geleden was er in veel westerse landen sprake van een neutrale Staat. Verschillende culturen, religies en belangen vonden er onderdak zonder dat ze elkaar naar het leven stonden. Maar sindsdien is de staatsmacht gestaag uitgebreid en is het takenpakket op ontransparante wijze in omvang en reikwijdte toegenomen. De taakopvatting van de overheid is verschoven van bescherming van welvaart naar herverdeling van welvaart. Waar de staat vanouds de taak had het recht te bewaken, is zij zich steeds meer bezig gaan houden met het maken van recht. Onze individuele rechten, persoonlijke vrijheden en eigendommen zijn gestaag verminderd. Wat gisteren nog rechtsgeldig was, kan vandaag in het tegendeel zijn omgeslagen. Wie gisteren nog voordeel had bij bepaalde wetgeving, kan vandaag worden beroofd van zijn privilege. Georganiseerd onrecht is de norm geworden.
De instituties van de neutrale Staat staan nog overeind, maar de posities worden inmiddels bevolkt door paternalistische technocraten. Westerlingen zijn afgelopen decennia in slaap gesust. Hoewel politieke en maatschappelijke instituties bleven bestaan, zijn de machtsposities die erin worden bekleed ingenomen door technocraten die een wereldbeeld hebben dat indruist tegen dat van het oude Westen. Westerlingen hebben de machtsgreep niet zien aankomen en zien ook nu in meerderheid nog steeds niet wat er op hen afkomt. De meerderheid van de bevolking gelooft nog altijd in de goede intenties van onze bestuurlijke klasse. Het heeft veel weg van het vertrouwen dat mensen ooit hadden in de kerkelijke leiding op het hoogtepunt van de macht van het Katholicisme.
Wakker
Ondanks (of misschien wel dankzij) de massale censuur en propaganda die gepaard ging met de coronamaatregelen en de oorlog in Oekraïne hebben de wat nu ‘wakkeren’ worden genoemd hun ogen geopend. Dat was haast onvermijdelijk, want westerse technocraten hebben zichzelf door geopolitieke en bestuurlijke blunders laten ontmaskeren. Een belangrijk deel van de ‘wakkeren’ dicht hen echter nog steeds almacht en competentie toe. Dat resulteert in de gedachtegang dat we worden geleid door een absoluut kwaad dat onze burgerlijke vrijheden onvermijdelijk verder zal inperken. Wat deze groep echter niet ziet, is dat het westerse leiderschap juist uiterst kwetsbaar en weinig competent is. Het is verzwakt door een gebrek aan wijsheid en een overdaad aan ‘kennis’.
De paternalistische technocratische elite houdt krampachtig vast aan verworven machtsposities. Het heeft ze verblind en intolerant gemaakt voor andere zienswijzen. Dat betekent dat onrust in de samenleving in hun ogen nooit het gevolg kan zijn van eigen handelen. De oorzaak daarvan wordt neergelegd bij laag opgeleiden, populisten of bij geopolitieke tegenstanders. Een goed voorbeeld van deze totalitaire reflex van de huidige politieke en maatschappelijke elite komt van journalist Olaf Stampf van het gerenommeerde Duitse weekblad Der Spiegel. Op X (voormalig Twitter) verdedigde hij onlangs de coronamaatregelen die westerse overheden oplegden als volgt:
“De overgrote meerderheid van de bevolking, parlementen en regeringen steunden de coronamaatregelen. Rechtbanken hebben individuele rechten opzij geschoven. Met dictatuur heeft het absoluut niets te maken. Wanneer zullen critici van de maatregelen democratische processen accepteren?”
Het ‘democratisch proces’ is dus heilig, ook als dit betekent dat er van keuzes geen enkele sprake meer is. De blindheid voor deze totalitaire reflex is gevaarlijk. Er is bij de elites in het Westen sprake van een totaal gebrek aan reflectie op het eigen gedrag of de eigen denkbeelden. Een treffend voorbeeld is de uitspraak “Wie zijn die mensen” van politica Sigrid Kaag in reactie op een grote verschuiving naar ‘rechts’ in de peilingen voor de verkiezingen. Ze kon klaarblijkelijk oprecht niet begrijpen waarom zoveel mensen er andere ideeën op na zijn gaan houden.
Waarheid
Mensen die hebben geleefd ten tijde van het communisme in het voormalige Oostblok voelen beter aan dan westerlingen dat er sprake is van een machtsgreep. Zij hebben dit eerder meegemaakt. In 1978 kenschetste de Tsjecho-Slowaakse dissident en latere president van Tsjechië Vaclav Havel in zijn pamflet ‘Poging om in de waarheid te leven’ het communistische Oostblok als een zogenaamd post-totalitair systeem. Hiermee bedoelde Havel de alleenheerschappij van de bureaucratie. Ideologie klonk er nog wel in door, maar het was verworden tot holle retoriek die louter ten dienst stond van het voortbestaan van die bureaucratie.
Havel beschreef hoe het op status quo gerichte inerte bestuurlijke apparaat disfunctioneel werd en uiteindelijk steeds meer weerstand en onvrede opriep. Mensen keerden zich er van af en vormden parallelle samenlevingen. Hij voorzag dat het post-totalitaire systeem zou leegbloeden en uiteindelijk bloedeloos ten onder zou gaan – wat een decennium later ook geschiedde. De trend om weg te lopen van een falend en inert bestuurlijk systeem zag Havel op een verder liggend tijdstip ook terug in westerse democratieën, omdat deze bestuurlijk gezien niet fundamenteel anders zijn georganiseerd. In plaats van een eenpartijstaat kennen wij het partijkartel. Westerse waarden worden hier nog hoog geprezen, maar de invloed van burgers op de politieke koers is nihil en de beschaving is vergaand uitgehold.
In het Westen leven we inmiddels in een ordening die we post-democratisch kunnen noemen. De Duits-Amerikaanse filosoof en econoom Hans Hermann-Hoppe verwoorde de ideologische verafgoding van onze democratie overigens al in 2001, met de titel van zijn boek: ‘Democratie, de God die faalde’.
Wijsheid
De wijsheid en diepgang om goed en verantwoordelijk te kunnen besturen zijn in onze ‘moderne’ tijd in het Westen opzichtig afwezig. Het heeft geen wortels meer in de VS en het is ook verdwenen bij de Europese politieke, wetenschappelijke en maatschappelijke elites. De klassiek liberale visie op de overheid heeft plaats gemaakt voor een meer socialistische insteek die uitgaat van een meer actieve rol voor de overheid in het nastreven van gelijkheid en herverdeling. Decennialange vrede, groeiende welvaart en wetenschappelijke successen heeft de elites verblind. Het heeft een zienswijze geschapen die lineair en progressief is. De natuur is overwonnen en de maatschappij is maakbaar naar de wil van de politiek. Hierdoor zijn oude wijsheden verdwenen.
Oude culturen wisten dat menselijke en natuurlijke aangelegenheden niet lineair verlopen, maar een cyclisch verloop kennen. Die herkennen we in de veranderde vorm van overheden door de tijd heen, in sociale bewegingen die uitgaan van het primaat van individuen naar groepen en weer terug, van wijze generaties die welvaart opbouwen, naar hoeders van de status quo, naar verspillende en onvolwassen generaties, enzovoort.
Het was de kunst deze cycli te benoemen en te beheersen door gebruik te maken van initiatie-riten en instituties. Een cultureel instituut dat de politieke leiding van dwalingen door machtshonger moest behoeden, was bijvoorbeeld de hofnar. Die mocht als enige de koning beschimpen, met als achterliggend idee dat de koning met beide voeten op de grond moest blijven staan. De politieke en culturele gelaagdheid die de macht in toom kon houden heeft eeuwenlang deel uitgemaakt van beschavingen in het oude Europa en de oude culturen van Eurazië.
Zelfoverschatting
De materiële welvaart en het gemak waarmee (inter)nationale machtsposities konden worden bekleedt, heeft ons opgezadeld met een politieke en maatschappelijke elite die denkt in termen van het behouden en uitbreiden van de macht. Dit maakt besturen en inschatten van verhoudingen echter tot een hachelijke zaak. Westers leiderschap is er namelijk niet goed meer in, zoals we om ons heen kunnen zien aan de vele ‘crises’ die in bijna alle gevallen te herleiden zijn tot falend overheidsbeleid of scheve welvaartsverhoudingen. De elite is de gelaagdheid van het politieke en culturele spel vergeten door een combinatie van overmoed en imperial overstretch. De staatsmacht is hierdoor afgegleden naar een moraliserende culturele dwingelandij die geen neutrale positie meer inneemt in de samenleving.
Zelfoverschatting en overambitie strijden om voorrang, zelfrelativering is niet meer aanwezig. Uitspraken die zijn gedaan kunnen niet worden teruggedraaid, onderhandelen is een teken van zwakte, gemaakte fouten moeten onder tafel worden geveegd. Het levert een cultuur op van opzichtig falen, afgedekt met corruptie, nepotisme, censuur en propaganda. Dit gebeurt op alle vlakken: in de politiek, in de academische wereld en in de media. De elites gaan voor machtsbehoud door roeien en ruiten en vermorzelen alle bestuurlijke, academische en democratische principes waar het Westen groot door is geworden.
De westerse technocratische greep op de macht leidt paradoxaal genoeg echter tot het tegendeel. Niet alleen is er sprake van een gebrek aan legitimiteit en afnemend vertrouwen bij het grote publiek, ook wordt zichtbaar dat de geopolitieke macht afbrokkelt en dat het op de Amerikaanse dollar gebaseerde financiële systeem instabiel is geworden. De macht die rust op deze drie pijlers wankelt en dit leidt tot beleidsmatig paniekvoetbal. Het is een onhoudbare situatie die de toenemende onvrede alleen maar verder aanwakkert.
Historische Westen
Dat wat er nog aan westerse beschaving over is, komt inmiddels in opstand, gezien de vele protestbewegingen in de samenleving. De rudimenten van beschaving die nog bestaan in het Westen proberen uit alle macht een andere koers af te dwingen. Boeren strijden voor behoud van de boeren- en middenstand, opkomende politieke partijen voor politieke hervorming, ouders tegen seksualisering van het onderwijs, dissidente wetenschappers tegen de corruptie van universiteiten en het onwetenschappelijke proces van peer review van wetenschappelijke resultaten, burgerjournalisten en alternatieve media tegen censuur en propaganda in de mainstream media.
Bij al deze maatschappelijke bewegingen groeit het besef dat de eigen cultuur, beschaving en soevereiniteit van de natiestaat nog te redden valt. Het is een proces dat lijkt op de opkomst van parallelle samenlevingen in het voormalig Oostblok, waar Vaclav Havel over schreef. Als het ‘nieuwe’ Westen, net als de Sovjet-Unie ten onder gaat, kan het ‘oude’ Westen opleven. Het kan de aanzet geven tot vorming van een beschavingsstaat: een neutrale staatsmacht die verschillende culturen, belangen en religies onderdak biedt, zonder dat die elkaar naar het leven staan. Dat is positief, want alleen een bescheidener en realistischer Westen kan worden ingebed in een nieuwe, bestendige geopolitieke multipolaire wereldordening.