De Hongaarse president Victor Orbán gaf op 27 juli jl. tijdens een bezoek aan een universitair zomerkamp in Transsylvanië een van de meest prikkelende geopolitieke lezingen van de afgelopen decennia (hier terug te lezen in een integrale vertaling door Frank Knopers). Omdat de lezing nogal wat aanknopingspunten bevat om de huidige sociologische, politieke en geopolitieke situatie in de wereld te duiden, vatten we de belangrijkste punten in deze analyse nog eens samen.
Orbán gaat in zijn lezing diep in op de tweedeling tussen westerse elites en hun eigen bevolking enerzijds en die tussen westerse en niet-westerse landen anderzijds. Als gevolg van deze tweedeling is er in het Westen sprake van versneld economisch, geopolitiek en cultureel verval. Orbán beschrijft in zijn lezing dat de oorzaak moet worden gezocht in de verzwakking van de drie belangrijke pijlers van de westerse dominantie van de afgelopen 500 jaar – religie, familiewaarden en de natiestaat. Terwijl Azië opkomt als een nieuw centrum van wereldmacht, staat het Westen voor een cruciale tweesprong: verder afglijden in verval of kiezen voor hervorming en vernieuwing.
De band met religie is in het Westen verzwakt omdat steeds meer mensen afstand hebben genomen van georganiseerde religieuze instituten en traditionele geloofspraktijken. Dit proces versnelde in de jaren zestig, het tijdperk van de sociale en culturele revoluties, waarin werd gepleit voor persoonlijke vrijheid en autonomie. Religieuze waarden worden sindsdien vaak gezien als achterhaald, irrelevant of beknellend in de moderne, seculiere maatschappij. Hoewel religieuze waarden inderdaad beknellend kunnen zijn, is met de secularisering het kind met het badwater weggegooid. Hierdoor ontbreekt een gedeeld moreel kompas dat voorheen een bindende kracht vormde in westerse samenlevingen, aldus Orbán.
Familiewaarden
De verwaarlozing van traditionele familiewaarden is eveneens te herleiden naar de sociale veranderingen van de jaren zestig, waarin (hedonistisch) individualisme en persoonlijke vervulling belangrijker werden dan traditionele gezinsstructuren. Deze periode markeerde een breuk met de conventionele rollen binnen het gezin, het huwelijk en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Het gevolg is een grotere diversiteit in gezinsvormen en -rollen, maar ook een vermindering van de sociale cohesie en de ondersteunende rol die familie historisch bood. Families leven vaker geografisch verspreid en er is minder nadruk op familiebanden als centrale pijler van de persoonlijke identiteit en sociale stabiliteit.
De natiestaat als pijler van identiteit en cohesie is in het Westen onder druk komen te staan door globalisering en een ideologische verschuiving naar post-nationale en kosmopolitische opvattingen, aldus Orbán. De elite is de natiestaat steeds meer gaan zien als een achterhaald concept dat de weg naar internationale samenwerking en een wereldwijde kosmopolitische identiteit in de weg staat. Een mogelijke verklaring daarvoor is de traumatische ervaring die de Westerse wereld vorige eeuw heeft gehad van twee grote Wereldoorlogen op het Europese continent, waarin natiestaten tegenover elkaar kwamen te staan. Daardoor heeft de natiestaat binnen de westerse elite een meer negatieve connotatie gekregen.
Deze visie heeft geleid tot beleidsvorming die nationale soevereiniteit en culturele homogeniteit ondermijnt, vaak ten gunste van supranationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie. De erosie van nationale identiteit en soevereiniteit heeft bij veel burgers geleid tot een gevoel van ontheemding en verlies van gemeenschappelijke doelen en gedeelde waarden, waardoor de kloof tussen elites en de bredere bevolking verder is vergroot.
Post-nationaal
Orbán stelt dat de omarming van een post-nationaal wereldbeeld door westerse elites een psychologische ontkoppeling heeft veroorzaakt, niet alleen ten aanzien van het eigen land, maar ook ten aanzien van niet-westerse culturen. Gedreven door ideologieën uit de jaren zestig hebben deze elites afstand genomen van traditionele verbindingen met religie, gezin en vaderland. Dit heeft geleid tot een kosmopolitische visie, waarin migratie en culturele diversiteit worden omarmd als noodzakelijke vooruitgang, ongeacht de zorgen van burgers over het verlies van nationale identiteiten. Dat terwijl die traditionele banden van het gezin en de natiestaat in de rest van de wereld zijn blijven voortleven.
Deze ontkoppeling veroorzaakt volgens Orbán een existentiële onzekerheid bij de elites, omdat zij de stabiliteit en geborgenheid missen die traditionele structuren boden. Het streven naar grootsheid zonder grotere idealen leidt tot grandiositeit en dat verschil is wezenlijk, aldus Orbán. Grootsheid komt voort uit het dienen van iets dat groter is dan jezelf, terwijl grandioosheid draait om zelfverheerlijking en het tonen van persoonlijke superioriteit zonder verbinding met een groter ideaal.
De westerse elites zijn door deze koerswijziging steeds verder verwijderd geraakt van de bredere samenleving, wat heeft geleid tot een groeiende kloof tussen de machthebbers en een groot deel van de bevolking. Dit schisma is ook internationaal te zien. Westerse elites leggen hun eigen morele waarden op zonder rekening te houden met de specifieke culturele en sociale contexten van individuele landen. Niet-westerse landen zien deze benadering als een voortzetting van koloniale praktijken, waarbij de soevereiniteit van naties wordt ondermijnd ten gunste van een homogeen wereldwijd systeem dat de westerse belangen bevordert.
De paternalistische en arrogante houding heeft geleid tot wrijving en weerstand van landen die hun eigen soevereiniteit en cultuur willen behouden. Bovendien heeft de geopolitieke druk die door westerse landen wordt uitgeoefend geleid tot een verharding van standpunten en het smeden van nieuwe allianties buiten de invloedssfeer van het Westen. Hierdoor is de invloed van het Westen ondermijnd en zijn nieuwe machtsblokken ontstaan die het geopolitieke landschap herdefiniëren.
Verblinding
Ideologische verblinding verklaart dat westerse elites niet in staat zijn deze trends te doorzien. Ze hebben de neiging om feiten die niet stroken met hun beleidsdoelen te negeren of af te wijzen en de schuld voor eventuele negatieve resultaten bij de bevolking te leggen, in plaats van bij het beleid zelf. Dit is nu ook duidelijk zichtbaar in het Verenigd Koninkrijk, waar de negatieve effecten van immigratiebeleid – afname van sociale cohesie en vertrouwen – door de elites worden toegeschreven aan vooroordelen en onverdraagzaamheid van de bevolking in plaats van aan de inherente gebreken van het beleid, in dit geval ten aanzien van immigratie. Dit leidt tot weer tot een verdieping van de sociale spanningen. Ditzelfde fenomeen zien we op het wereldtoneel. De westerse elites betonen een totaal gebrek aan zelfreflectie en creëren zo de problemen waar ze anderen de schuld van geven. Dit zet kwaad bloed en zaait verdeeldheid.
De erosie van westerse waarden heeft trends in gang gezet die onomkeerbaar zijn, namelijk oplopende binnenlandse spanningen en economische, geopolitieke en culturele verzwakking. De vervaging van religie, familiewaarden en de natiestaat heeft geleid tot een economisch klimaat waarin traditionele structuren van sociale en economische steun zijn verzwakt. Zonder de stabiliserende invloed van deze pijlers kon hedonistisch individualisme en consumentisme woekeren, wat heeft geresulteerd in kortetermijndenken en gebrek aan cohesie in economisch en maatschappelijk beleid. Bovendien heeft de focus op globalisering, supranationale samenwerking en financialisering van de economie de nationale industrieën blootgesteld aan wereldwijde concurrentie, waardoor banen en economische zekerheid in het Westen zijn afgenomen. Deze verschuiving heeft bijgedragen aan economische ongelijkheid en onzekerheid binnen westerse landen.
Kwetsbaar
Geopolitiek gezien heeft de focus op post-nationale idealen en de afname van nationale soevereiniteit het Westen kwetsbaarder gemaakt in internationale relaties. Om een stabielere geopolitieke positie te herwinnen, moeten westerse landen hun strategieën herzien en aanpassen aan de veranderende wereldorde. Europa zal de weg moeten bewandelen van strategische autonomie, defensiecapaciteiten moeten versterken, energieonafhankelijkheid najagen en een eigen koers varen in internationale aangelegenheden. Dit maakt het minder afhankelijk van de Verenigde Staten. Daarnaast is het volgens Orbán van belang dat Europa de dialoog met Rusland herstelt en actief streeft naar vredesonderhandelingen om verdere escalatie te voorkomen. Ook het heroverwegen van het sanctiebeleid en het diversifiëren van energiebronnen zijn cruciaal om economische stabiliteit te waarborgen.
Cultureel gezien heeft de afname van gedeelde waarden en tradities binnen westerse samenlevingen geleid tot een identiteitscrisis. Zonder de verbindende kracht van religie, familiewaarden en nationale identiteit, is er een gebrek aan een gemeenschappelijk doel en gedeelde cultuur, wat resulteert in een gefragmenteerde samenleving en het door de elites geforceerd optuigen van een fake cultuur rondom identiteiten. Deze culturele fragmentatie verzwakt hun positie in culturele uitwisselingen met niet-westerse landen.
Het Westen, dat ooit werd gezien als een baken van vooruitgang en cultuur, wordt nu vaak beschouwd als losgezongen en niet in staat om te gaan met diverse wereldculturen. De ‘soft power’, aanvankelijk een belangrijke pijler onder de westerse geopolitieke macht, is in snel tempo verschrompeld.
Kritiek punt
Westerse elites bevinden zich volgens Orbán nu op een zeer kritiek punt, omdat zij hun machtsposities dreigen te verliezen. De focus op globalisering en post-nationale waarden, zonder rekening te houden met lokale culturen en belangen, creëert steeds meer wrijving en onvrede. Dit heeft geleid tot groeiende oppositie en een verschuiving naar machtscentra die nationale soevereiniteit en culturele diversiteit respecteren.
Daarmee staat het Westen volgens Orbán voor een keuze: verval of hervorming. Door terug te keren naar de fundamenten van natiestaat, cultuur en religie kan sociale cohesie worden hersteld. Dit betekent niet alleen het versterken van binnenlandse structuren, maar ook strategisch herpositioneren om samen te werken met opkomende economieën en zich aan te passen aan mondiale realiteit.
De lezing van Orbán doet inzien dat de dystopische visie van het World Economic Forum enkel en alleen de wensdroom van westerse elites is en geen weerklank zal vinden in grote delen van de wereld en in het grootste deel van de westerse wereld.