Aleksandr Solzhenitsyn een gebroken wereld

Aleksandr Solzhenitsyn: ‘Een gebroken wereld’ (1978)

Op Geotrendlines plaatsen we geregeld analyses van visionairs of geopolitieke sleutelfiguren die meer diepgang geven om de wereld vanuit verschillende perspectieven te kunnen begrijpen. Een rode draad daarin is de neergang van het Westen en de verschuiving van een unipolaire naar een multipolaire wereldorde. Terwijl westerse regeringsleiders proberen vast te houden aan het voor hun vertrouwde wereldbeeld van dominantie en morele superioriteit, verliezen ze in rap tempo hun geloofwaardigheid bij zowel de eigen bevolking als in de rest van de wereld. Door de oorlog in Oekraïne staan West en Oost opnieuw tegenover elkaar, terwijl de oorlog tussen Israël en Hamas symbolisch is voor verdere polarisering en tweedeling in de wereld.

De Russische schrijver en dissident Aleksandr Solzhenitsyn (1918-2008) voorzag deze ontwikkelingen al bijna een halve eeuw geleden. In 1978 gaf hij voor de universiteit van Harvard namelijk een intrigerend accurate toespraak over de neergang van het Westen. Een analyse die ook vandaag de dag geschreven had kunnen zijn, want het heeft niet aan actualiteit ingeboet. Hij concludeerde dat de westerse wereld zichzelf te gronde zou richten door vanuit een gevoel van superioriteit naar de rest van de wereld te kijken, terwijl hun eigen samenleving afbrokkelt en uiteenvalt. Vandaar dat we de toespraak hebben vertaald.

Aleksandr Solzhenitsyn
Aleksandr Solzhenitsyn

Individualisme

Solzhenitsyn observeerde hoe in de westerse wereld het individu centraal kwam te staan, losgeraakt van maatschappelijke structuren als het gezin, de samenleving en een hoger bewustzijn. Daarmee werd het verantwoordelijkheidsgevoel van het individu tegenover de samenleving steeds zwakker. Een vergelijkbare observatie maakte de Hongaarse president Viktor Orbán onlangs in een rede, die we eerder op Geotrendlines vertaalden en waar Sander Boon deze analyse over schreef.

Te midden van technologische vooruitgang en ongekende materiële welvaart bespeurde Solzhenitsyn moreel en spiritueel verval. Normen en waarden worden gereduceerd tot wetten en regels, die op de letter worden nageleefd en die naar wens geïnterpreteerd en gemanipuleerd kunnen worden. Een gemeenschappelijke set van normen en waarden vervaagde, met als gevolg een samenleving van morele middelmatigheid en gebrek aan zelfbeheersing op allerlei vlakken van het leven. Wel de rechten, maar niet de plichten.

Verlichtingsdenken

Solzhenitsyn beschrijft de opkomst van de Verlichting omstreeks het begin van de 18e eeuw als een tegenbeweging van de Middeleeuwen, een periode waarin de mens haar fysieke natuur als ondergeschikt zag aan haar spirituele natuur. In het Verlichtingsdenken kwam het individu centraal te staan en maakte spiritueel denken plaats voor rationaliteit. Hieruit volgde een tijdperk van ongekende technologische, economische en maatschappelijke vooruitgang en voorspoed, maar de materiele welvaart die het bracht leidde volgens Solzhenitsyn tot een spirituele en maatschappelijke verarming. En daarmee tot een samenleving waarin sociale structuren langzaam maar zeker verdwijnen en de bouwstenen vervallen tot los zand.

Intrigerend is zijn observatie dat een onbegrensd materialisme, vrijheid van religie met de religieuze verantwoordelijkheid en concentratie van sociale structuren met een schijnbaar wetenschappelijke benadering kenmerkend zijn voor zowel het Verlichtingsdenken als voor het Marxisme. Hij zag hierin een parallel tussen de manier van leven in de Sovjet-Unie en het leven in de westerse wereld. En daarmee voorzag hij dat ook het Westen ten prooi zou vallen aan het socialisme en uiteindelijk geen weerstand meer zou kunnen bieden aan het communisme. En dat is precies de trend die we vandaag de dag zien met een toenemend gelijkheidsideaal, overheidsdwang, censuur, prijscontroles en bureaucratische willekeur.

Ideologische ondermijning

Dit laatste werd ook uitgebreid beschreven en becommentarieerd door de naar het Westen gevluchte voormalig KGB-agent Yuri Bezmenov. In een interview uit 1984 sprak hij over het promoten van de ideologie van het socialisme, waarmee de Russische geheime dienst probeerde de Verenigde Staten van binnenuit te verzwakken. Deze vorm van ideologische ondermijning vervangt de traditionele sociale structuren en democratische processen in het Westen door obscure organisaties en belangengroepen die niet door het volk gekozen zijn en die de samenleving uiteindelijk in een staat van crisis brengen. Deze video publiceerden we eind 2018 op Geotrendlines, voorzien van Nederlandse ondertiteling.

Noemenswaardig is dat dit onderwerp, en precies deze video met Yuri Bezmenov, onlangs ook uitvoerig werd besproken in een podcast van Jordan Peterson met auteur en activiste Ayaan Hirsi Ali over de neergang van het Westen en over de vraag of deze voorkomen kan worden. Ook heeft Sander Boon hier op Geotrendlines recent verschillende analyses over geschreven.

Een les voor deze tijd

Deze toespraak van Solzhenitsyn biedt een integrale visie op de neergang van het Westen, die hij bijna een halve eeuw geleden al voorzag vanuit zijn eigen ervaring met het socialisme, communisme en het daaropvolgend totalitarisme in de Sovjet-Unie. Solzhenitsyn heeft daar de meest donkere kanten van gezien. Zo werd hij veroordeeld tot acht jaar werkkamp en levenslange verbanning naar Kazachstan, omdat uit onderschepte briefcorrespondentie met een vriend bleek dat hij zich kritisch had uitgelaten over Joseph Stalin.

In 1957 kwam hij weer vrij en besloot hij zijn ervaring in het kamp op te schrijven in het boek ‘Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj’ (later verschenen onder de naam ‘Een dag van Ivan Denisovitsj’), een roman die gelijk een bestseller werd. De KGB, de Russische geheime dienst, zette in reactie op deze publicatie een lastercampagne op en hij mocht van de autoriteiten geen boeken meer publiceren. Hij werd na publicatie van zijn werk De Goelag Archipel (verschenen in Parijs in 1973) verbannen uit de Sovjet-Unie en kwam uiteindelijk via Duitsland en Zwitserland in de Verenigde Staten terecht. Daar trof hij een samenleving aan die weliswaar een grote mate van welvaart en individuele vrijheid te bieden had, maar die eveneens vatbaar bleek voor de ideologieën van het socialisme en het communisme.

Hieronder kunt u de toespraak in het Engels luisteren. Onder de video staat de volledige vertaling in het Nederlands.

Een gebroken wereld

8 juni 1978, Harvard University

Ik ben oprecht blij om hier te zijn ter gelegenheid van het 327e bestaan van deze oude en zeer prestigieuze universiteit. Mijn felicitaties en de beste wensen voor alle afgestudeerden van vandaag.

Het motto van Harvard is “VERITAS”. Velen van jullie hebben al ontdekt, en anderen zullen er in de loop van hun leven achter komen, dat de waarheid ons ontglipt als we onze aandacht er niet volledig op richten. Maar zelfs als ze ons ontglipt, blijft de illusie dat we haar kennen hangen en leidt ze tot veel misverstanden. De waarheid is ook zelden aangenaam; ze is bijna altijd bitter. Er zit ook wat bitterheid in mijn toespraak van vandaag, maar ik wil benadrukken dat het niet van een tegenstander komt, maar van een vriend.

Drie jaar geleden heb ik in de Verenigde Staten bepaalde dingen gezegd die toen onaanvaardbaar leken. Vandaag zijn veel mensen het echter eens met wat ik toen zei.

De tweedeling in de wereld van vandaag is zelfs met een snelle blik waarneembaar. Elk van onze tijdgenoten identificeert gemakkelijk twee wereldmachten, die elk al in staat zijn om de andere volledig te vernietigen. Het begrip van de tweedeling blijft echter vaak beperkt tot deze politieke opvatting: dat het gevaar kan worden opgeheven door succesvolle diplomatieke onderhandelingen of door het bereiken van een evenwicht tussen de strijdkrachten. De waarheid is dat de breuk veel dieper [is] en meer vervreemdend, dat de breuken groter zijn dan men op het eerste gezicht kan zien. Deze diepe, meervoudige verdeeldheid draagt het gevaar in zich van meervoudige rampen voor ons allemaal, in overeenstemming met de oude waarheid dat een koninkrijk – in dit geval onze Aarde – dat tegen zichzelf verdeeld is, geen stand kan houden.

Er is het concept van de “Derde Wereld”: we hebben dus al drie werelden. Ongetwijfeld is het aantal echter nog groter; we zijn gewoon te ver weg om het te kunnen zien. Elke oude en diepgewortelde, autonome cultuur, vooral als die verspreid is over een groot deel van het aardoppervlak, vormt een autonome wereld, vol raadsels en verrassingen voor het westerse denken. Op zijn minst moeten we als categorie opnemen: China, India, de moslimwereld en Afrika, als we inderdaad de benadering accepteren om de laatste twee als compacte eenheden te beschouwen.

Duizend jaar lang behoorde Rusland tot zo’n categorie, hoewel het Westerse denken systematisch de fout beging zijn autonome karakter te ontkennen en het daarom nooit begreep, net zoals het Westen vandaag Rusland in communistische gevangenschap niet begrijpt. Het kan zijn dat Japan in de afgelopen jaren steeds meer een afstandelijk deel van het Westen is geworden. Ik ben hier geen rechter. Maar wat Israël betreft, bijvoorbeeld, lijkt het me dat het deel is geworden van de westerse wereld, in die zin dat het staatssysteem fundamenteel verbonden is met religie.

Hoe kort geleden, relatief gezien, nam de kleine, nieuwe Europese wereld met gemak overal kolonies in beslag, niet alleen zonder te anticiperen op enig echt verzet, maar meestal ook met minachting voor elke mogelijke waarde in de manier waarop de veroverde mensen tegen het leven aankeken. Op het eerste gezicht was het een overweldigend succes. Er waren geen geografische grenzen. De Westerse samenleving breidde zich uit in een triomf van menselijke onafhankelijkheid en macht. En plotseling kwam in de 20e eeuw de ontdekking van haar kwetsbaarheid en broosheid.

We zien nu dat de veroveringen van korte duur en precair bleken te zijn — en dit wijst op zijn beurt op gebreken in de westerse kijk op de wereld die tot deze veroveringen leidde. De relaties met de voormalige koloniale wereld zijn nu omgeslagen in hun tegendeel en de Westerse wereld gaat vaak tot het uiterste in onderdanigheid, maar het is nog moeilijk in te schatten hoe hoog de rekening zal zijn die de voormalige koloniale landen aan het Westen zullen presenteren en het is moeilijk te voorspellen of de overgave van niet alleen haar laatste koloniën, maar van alles wat ze bezit, voldoende zal zijn voor het Westen om de rekening te betalen.

Maar de superioriteitsblindheid gaat ondanks alles door en houdt het geloof in stand dat de uitgestrekte gebieden overal op onze planeet zich moeten ontwikkelen en volwassen moeten worden tot het niveau van de huidige Westerse systemen, die in theorie de beste en in de praktijk de meest aantrekkelijke zijn. Er is het geloof dat al die andere werelden slechts tijdelijk worden verhinderd (door slechte regeringen of door zware crises of door hun eigen barbaarsheid en onbegrip) om de weg van de westerse pluralistische democratie te volgen en de westerse manier van leven over te nemen. Landen worden beoordeeld op hun vooruitgang in deze richting.

Het is echter een opvatting die voortkomt uit het westerse onbegrip van de essentie van andere werelden, uit de vergissing om ze allemaal met een westerse meetlat te meten. Het werkelijke beeld van de ontwikkeling van onze planeet is heel anders en dat over onze verdeelde wereld gaf geboorte aan de theorie van convergentie tussen leidende Westerse landen en de Sovjet-Unie. Het is een verzachtende theorie die voorbijgaat aan het feit dat deze werelden zich helemaal niet ontwikkelen tot gelijkenissen. Geen van beide kan zonder geweld in de andere worden getransformeerd. Bovendien betekent convergentie onvermijdelijk ook acceptatie van de gebreken van de ander, en dat is nauwelijks wenselijk.

Als ik vandaag een publiek in mijn land zou toespreken en het algemene patroon van de breuken in de wereld zou onderzoeken, zou ik me concentreren op de rampspoed van het Oosten. Maar aangezien mijn gedwongen ballingschap in het Westen nu al vier jaar duurt en mijn publiek uit het Westen bestaat, denk ik dat het interessanter is om me te concentreren op bepaalde aspecten van het Westen in onze tijd, zoals ik ze zie.

Een afname van moed is misschien wel het meest opvallende kenmerk dat een buitenstaander opmerkt in het Westen van deze tijd. De Westerse wereld heeft zijn burgerlijke moed verloren, zowel als geheel als afzonderlijk, in elk land, elke regering, elke politieke partij en, natuurlijk, in de Verenigde Naties. Een dergelijke afname van moed is vooral merkbaar bij de heersende groepen en de intellectuele elite, waardoor de indruk ontstaat dat de hele samenleving moedeloos is geworden. Natuurlijk zijn er veel moedige individuen, maar zij hebben geen bepalende invloed op het openbare leven.

Politieke en intellectuele bureaucraten tonen depressiviteit, passiviteit en verbijstering in hun acties en in hun uitspraken, en nog meer in theoretische beschouwingen om uit te leggen hoe realistisch, redelijk, intellectueel en zelfs moreel gedragen het is om staatsbeleid te baseren op zwakte en lafheid. En het gebrek aan moed wordt ironisch genoeg benadrukt door af en toe uitbarstingen van woede en starheid van de kant van dezelfde bureaucraten wanneer ze te maken hebben met zwakke regeringen en met landen die door niemand worden gesteund, of met stromingen die geen weerstand kunnen bieden. Maar ze raken verstijfd en verlamd als ze te maken krijgen met machtige regeringen en bedreigende krachten, met agressors en internationale terroristen.

Moeten we erop wijzen dat afnemende moed al sinds de oudheid wordt beschouwd als het begin van het einde?

Toen de moderne Westerse staten ontstonden, werd het principe verkondigd dat regeringen bedoeld zijn om de mens te dienen en dat de mens leeft om vrij te zijn en geluk na te streven. Zie bijvoorbeeld de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Nu, eindelijk, heeft de technische en sociale vooruitgang van de afgelopen decennia de realisatie van dergelijke aspiraties mogelijk gemaakt: de verzorgingsstaat.

Elke burger heeft de gewenste vrijheid en materiële goederen gekregen in een zodanige hoeveelheid en van een zodanige kwaliteit dat het in theorie het bereiken van geluk garandeert — in de moreel inferieure betekenis van het woord dat in diezelfde decennia is ontstaan. In dit proces is echter één psychologisch detail over het hoofd gezien: het voortdurende verlangen om nog meer dingen en een nog beter leven te hebben en de strijd om deze te bereiken drukken een stempel op veel westerse gezichten van zorg en zelfs depressie, hoewel het gebruikelijk is om dergelijke gevoelens te verbergen. Actieve en gespannen concurrentie vult alle menselijke gedachten zonder een weg te openen naar vrije spirituele ontwikkeling.

De onafhankelijkheid van het individu van vele soorten staatsdruk is gegarandeerd. De meerderheid van de mensen heeft welzijn gekregen in een mate waar hun vaders en grootvaders niet eens van konden dromen. Het is mogelijk geworden om jonge mensen op te voeden volgens deze idealen en ze te laten genieten van fysieke pracht, geluk, het bezit van materiële goederen, geld en vrije tijd, van een bijna onbeperkte vrijheid van genot. Dus wie zou nu afstand moeten doen van dit alles? Waarom? En waarvoor zou men zijn kostbare leven op het spel moeten zetten ter verdediging van gemeenschappelijke waarden en in het bijzonder in zulke vage gevallen als de veiligheid van de natie in een ver land verdedigd moet worden? Zelfs de biologie weet dat gebruikelijke, extreme veiligheid en welzijn niet gunstig zijn voor een levend organisme. Vandaag de dag begint welzijn in het leven van de Westerse samenleving zijn verderfelijke masker te onthullen.

De Westerse maatschappij heeft zichzelf de organisatie gegeven die het best geschikt is voor haar doeleinden, gebaseerd op, zou ik zeggen, de letter van de wet. De grenzen van menselijke rechten en gerechtigheid worden bepaald door een systeem van wetten; zulke grenzen zijn erg breed. Mensen in het Westen hebben een aanzienlijke vaardigheid verworven in het interpreteren en manipuleren van de wet. Elk conflict wordt opgelost volgens de letter van de wet en dit wordt beschouwd als de ultieme oplossing. Als men vanuit juridisch oogpunt gelijk heeft, is er niets meer nodig. Niemand zal vermelden dat men toch niet helemaal gelijk zou kunnen hebben en aandringen op zelfbeheersing, de bereidheid om afstand te doen van dergelijke wettelijke rechten, opoffering en onbaatzuchtig risico. Dat zou gewoon absurd klinken. Vrijwillige zelfbeheersing zie je bijna nooit. Iedereen opereert op de uiterste grens van die wettelijke kaders.

Ik heb mijn hele leven onder een communistisch regime geleefd en ik kan je vertellen dat een samenleving zonder enige objectieve wettelijke schaal inderdaad verschrikkelijk is. Maar een maatschappij die geen andere schaal heeft dan de wettelijke is ook niet echt menswaardig. Een samenleving die gebaseerd is op de letter van de wet en nooit hoger reikt, maakt zeer weinig gebruik van het hoge niveau van menselijke mogelijkheden. De letter van de wet is te koud en formeel om een heilzame invloed op de samenleving te hebben. Wanneer het weefsel van het leven geweven is van legalistische relaties, ontstaat er een sfeer van morele middelmatigheid die de edelste impulsen van de mens verlamt. En het zal eenvoudigweg onmogelijk zijn om de beproevingen van deze bedreigende eeuw te doorstaan met alleen de steun van een legalistische structuur.

In de huidige Westerse samenleving is de ongelijkheid geopenbaard in vrijheid voor goede daden en vrijheid voor slechte daden. Een staatsman die iets belangrijks en zeer constructiefs wil bereiken voor zijn land moet voorzichtig en zelfs schuchter te werk gaan. Er zijn duizenden overhaaste en onverantwoordelijke critici om hem heen; het parlement en de pers blijven hem afwijzen. Terwijl hij vooruit gaat, moet hij bewijzen dat elke stap die hij zet goed gefundeerd en absoluut foutloos is. Eigenlijk krijgt een uitmuntend en bijzonder begaafd persoon met ongewone en onverwachte initiatieven nauwelijks de kans om zich te laten gelden. Vanaf het allereerste begin worden er tientallen valstrikken voor hem uitgezet. Zo triomfeert de middelmatigheid met het excuus van de beperkingen die de democratie oplegt.

Het is overal mogelijk en gemakkelijk om de bestuurlijke macht te ondermijnen en in feite is die macht in alle Westerse landen drastisch verzwakt. De verdediging van individuele rechten heeft zulke extremen bereikt dat de samenleving als geheel weerloos is geworden tegen bepaalde individuen. Het is tijd, in het Westen, om niet zozeer mensenrechten als wel menselijke plichten te verdedigen.

Destructieve en onverantwoordelijke vrijheid heeft grenzeloze ruimte gekregen. De maatschappij lijkt weinig verweer te hebben tegen de afgrond van menselijke decadentie, zoals bijvoorbeeld het misbruik van vrijheid voor moreel geweld tegen jongeren, zoals films vol pornografie, misdaad en horror. Het wordt beschouwd als onderdeel van de vrijheid en theoretisch gecompenseerd door het recht van jongeren om niet te kijken of niet te accepteren. Het legalistisch georganiseerde leven heeft zo zijn onvermogen getoond om zich te verdedigen tegen de corrosie van het kwaad.

En wat te zeggen van criminaliteit als zodanig? Wettelijke kaders, vooral in de Verenigde Staten, zijn ruim genoeg om niet alleen individuele vrijheid maar ook bepaalde individuele misdaden aan te moedigen. De dader kan ongestraft blijven of onverdiende clementie krijgen met de steun van duizenden openbare verdedigers. Wanneer een regering een serieuze strijd begint tegen terrorisme, beschuldigt de publieke opinie haar onmiddellijk van het schenden van de burgerrechten van de terrorist. Er zijn veel van zulke gevallen.

Zo’n kanteling van vrijheid in de richting van het kwaad is geleidelijk tot stand gekomen, maar het is duidelijk in de eerste plaats geboren uit een humanistisch en welwillend concept volgens welke er geen kwaad inherent is aan de menselijke natuur. De wereld is van de mensheid en alle gebreken van het leven worden veroorzaakt door verkeerde sociale systemen, die gecorrigeerd moeten worden. Vreemd genoeg is er, hoewel in het Westen de beste sociale omstandigheden zijn bereikt, nog steeds criminaliteit en zelfs aanzienlijk meer dan in de arme en wetteloze Sovjetmaatschappij.

Ook de pers geniet natuurlijk de grootste vrijheid. (Ik zal het woord pers gebruiken om alle media in te sluiten.) Maar wat doet de pers met deze vrijheid?

Ook hier gaat het er vooral om niet de letter van de wet te overtreden. Er is geen echte morele verantwoordelijkheid voor vervorming of disproportionaliteit. Wat voor verantwoordelijkheid heeft een journalist of een krant tegenover zijn lezers, of tegenover zijn geschiedenis — of tegenover de geschiedenis? Als ze de publieke opinie of de regering misleid hebben door onjuiste informatie of verkeerde conclusies, kennen we dan gevallen van publieke erkenning en rechtzetting van zulke fouten door dezelfde journalist of dezelfde krant? Het gebeurt bijna nooit omdat het de verkoop zou schaden. Een land kan het slachtoffer zijn van zo’n fout, maar de journalist komt er meestal altijd mee weg. Men mag gerust aannemen dat hij met hernieuwde zelfverzekerdheid het tegenovergestelde zal gaan schrijven.

Omdat onmiddellijke en geloofwaardige informatie moet worden gegeven, wordt het noodzakelijk om zijn toevlucht te nemen tot giswerk, geruchten en veronderstellingen om de leemtes op te vullen, en geen van hen zal ooit worden rechtgezet; ze zullen in het geheugen van de lezers blijven hangen. Hoeveel overhaaste, onvolwassen, oppervlakkige en misleidende oordelen worden er wel niet elke dag geuit, waardoor lezers in verwarring raken, zonder enige verificatie. De pers kan de publieke opinie zowel simuleren als misleiden. Zo kunnen we zien hoe terroristen als helden worden beschreven, of hoe geheime zaken met betrekking tot de verdediging van de natie publiekelijk worden onthuld, of we kunnen getuige zijn van schaamteloze inbreuk op de privacy van bekende mensen onder het motto: “Iedereen heeft het recht om alles te weten”. Maar dit is een valse slogan, kenmerkend voor een vals tijdperk. Mensen hebben ook het recht om niet te weten en dat is een veel waardevoller recht. Het recht om hun goddelijke zielen niet te vervuilen met roddels, onzin en ijdele praat. Een persoon die werkt en een zinvol leven leidt, heeft geen behoefte aan deze last van buitensporige informatiestroom.

Haast en oppervlakkigheid zijn de psychische ziekte van de 20e eeuw en meer dan waar dan ook wordt deze ziekte weerspiegeld in de pers. Hoe dan ook, de pers is de grootste macht geworden in de westerse landen, machtiger dan de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. En dan zou men zich willen afvragen: Bij welke wet is zij gekozen en aan wie is zij verantwoording schuldig? In het communistische Oosten wordt een journalist ronduit aangesteld als staatsambtenaar. Maar wie heeft Westerse journalisten hun macht gegeven, voor hoe lang, en met welke voorrechten?

Er is nog een verrassing voor iemand die uit het Oosten komt, waar de pers rigoureus verenigd is. Gaandeweg ontdek je een gemeenschappelijke trend van voorkeuren binnen de Westerse pers als geheel. Het is een mode; er zijn algemeen aanvaarde beoordelingspatronen; er kunnen gemeenschappelijke bedrijfsbelangen zijn, maar het totale effect is geen concurrentie maar eenwording. Er bestaat een enorme vrijheid voor de pers, maar niet voor het lezerspubliek, omdat kranten meestal de nadruk leggen op die meningen die niet te openlijk in tegenspraak zijn met hun eigen meningen en de algemene trend.

Zonder enige censuur worden in het Westen modieuze trends in denken en ideeën zorgvuldig gescheiden van die welke niet modieus zijn; niets is verboden, maar wat niet modieus is zal bijna nooit zijn weg vinden naar tijdschriften of boeken of gehoord worden in colleges. Wettelijk gezien zijn jullie onderzoekers vrij, maar ze worden geconditioneerd door de mode van de dag. Er is geen openlijk geweld zoals in het Oosten; maar een selectie gedicteerd door mode en de noodzaak om te voldoen aan de normen van de massa verhinderen vaak dat onafhankelijk denkende mensen hun bijdrage leveren aan het openbare leven. Er is een gevaarlijke neiging om samen te smelten en succesvolle ontwikkeling af te sluiten. Ik heb in Amerika brieven ontvangen van zeer intelligente personen, misschien een leraar aan een verafgelegen klein college die veel zou kunnen doen voor de vernieuwing en redding van zijn land, maar zijn land kan hem niet horen omdat de media niet in hem geïnteresseerd zijn. Dit leidt tot sterke vooroordelen van de massa, tot blindheid, wat zeer gevaarlijk is in ons dynamische tijdperk. Er bestaat bijvoorbeeld een zichzelf misleidende interpretatie van de hedendaagse wereldsituatie. Het werkt als een soort versteend pantser rond de geest van mensen. Menselijke stemmen uit 17 landen van Oost-Europa en Oost-Azië kunnen dit niet doorboren. Het zal alleen gebroken worden door het genadeloze breekijzer van de gebeurtenissen.

Ik heb een paar kenmerken van het Westerse leven genoemd die een nieuwkomer in deze wereld verrassen en shockeren. Het doel en de reikwijdte van deze toespraak staan me niet toe om zo’n overzicht voort te zetten, om te kijken naar de invloed van deze westerse kenmerken op belangrijke aspecten van het leven van een natie, zoals basisonderwijs, geavanceerd onderwijs in de geesteswetenschappen en kunst.

Het wordt bijna algemeen erkend dat het Westen de hele wereld de weg wijst naar een succesvolle economische ontwikkeling, ook al is die de afgelopen jaren sterk verstoord door een chaotische inflatie. Veel mensen in het Westen zijn echter ontevreden over hun eigen samenleving. Ze verachten haar of beschuldigen haar ervan dat ze niet voldoet aan het volwassenheidsniveau dat de mensheid heeft bereikt. Een aantal van deze critici wendt zich tot het socialisme, dat een valse en gevaarlijke stroming is.

Ik hoop dat niemand van de aanwezigen mij ervan zal verdenken dat ik mijn persoonlijke kritiek op het Westerse systeem aanvoer om het socialisme als alternatief te presenteren. Ik heb het toegepaste socialisme ervaren in een land waar het alternatief gerealiseerd is, en ik zal er zeker niet voor spreken. De bekende Sovjet wiskundige Shafarevich, een lid van de Sovjet Academie van Wetenschappen, heeft een briljant boek geschreven onder de titel Socialisme; het is een diepgaande analyse die laat zien dat socialisme van elk type en gradatie leidt tot een totale vernietiging van de menselijke geest en tot een nivellering van de mensheid in de dood. Shafarevich’s boek werd in Frankrijk gepubliceerd — Shafarevich’s boek werd bijna twee jaar geleden in Frankrijk gepubliceerd en tot nu toe is er niemand gevonden die het kan weerleggen. Het zal binnenkort worden gepubliceerd in de Verenigde Staten.

Maar als iemand mij zou vragen of ik het Westen zoals het nu is als model voor mijn land zou aanwijzen, dan zou ik eerlijk gezegd negatief moeten antwoorden. Nee, ik zou uw samenleving in haar huidige staat niet kunnen aanbevelen als ideaal voor de transformatie van de onze. Door intens lijden heeft ons land nu een spirituele ontwikkeling bereikt die zo intens is dat het westerse systeem in zijn huidige staat van spirituele uitputting er niet aantrekkelijk uitziet. Zelfs de kenmerken van jullie leven die ik zojuist genoemd heb, zijn buitengewoon triest.

Een feit dat niet kan worden betwist is de verzwakking van menselijke wezens in het Westen, terwijl ze in het Oosten steeds steviger en sterker worden — 60 jaar voor ons volk en 30 jaar voor het volk van Oost-Europa. Gedurende die tijd hebben we een spirituele training ondergaan die ver vooruitloopt op de Westerse ervaring. De complexiteit en het sterfelijke gewicht van het leven hebben sterkere, diepere en interessantere karakters voortgebracht dan die over het algemeen [voortgebracht] worden door gestandaardiseerd Westers welzijn.

Daarom, als onze samenleving zou worden getransformeerd in de jouwe, zou het een verbetering betekenen in bepaalde aspecten, maar ook een verandering ten kwade op een aantal bijzonder belangrijke punten. Het is ongetwijfeld waar dat een samenleving niet kan blijven hangen in een afgrond van wetteloosheid, zoals in ons land het geval is. Maar het is ook vernederend om te kiezen voor zo’n mechanische legalistische gladheid als jullie hebben. Na het lijden van vele jaren van geweld en onderdrukking, verlangt de menselijke ziel naar dingen die hoger, warmer en zuiverder zijn dan wat de huidige massale levensgewoonten bieden, geïntroduceerd door de weerzinwekkende invasie van publiciteit, door TV-verbijstering en door onverdraaglijke muziek.

Er zijn veelzeggende waarschuwingen die de geschiedenis geeft aan een bedreigde of ten onder gaande samenleving. Zoals bijvoorbeeld de decadentie van de kunst of een gebrek aan grote staatslieden. Er zijn ook openlijke en duidelijke waarschuwingen. Het centrum van je democratie en cultuur zit maar een paar uur zonder stroom en plotseling beginnen massa’s Amerikaanse burgers te plunderen en vernielingen aan te richten. Het gladde oppervlak moet dan wel heel dun zijn, het sociale systeem heel instabiel en ongezond.

Maar het gevecht om onze planeet, fysiek en spiritueel, een gevecht van kosmische proporties, is geen vage kwestie van de toekomst; het is al begonnen. De krachten van het Kwaad zijn begonnen met hun offensief; jullie kunnen hun druk voelen, en toch staan jullie schermen en publicaties vol met voorgeschreven glimlachen en geheven glazen. Waar gaat de vreugde over?

Zeer bekende vertegenwoordigers van jullie samenleving, zoals George Kennan, zeggen: “We kunnen geen morele criteria toepassen op de politiek. Op die manier vermengen we goed en kwaad, goed en fout, en maken we ruimte voor de absolute triomf van het absolute Kwaad in de wereld.” Integendeel, alleen morele criteria kunnen het Westen helpen tegen de goed geplande wereldstrategie van het communisme. Er zijn geen andere criteria. Praktische of incidentele overwegingen van welke aard dan ook zullen onvermijdelijk worden weggevaagd door de strategie. Nadat een bepaald niveau van het probleem is bereikt, leidt legalistisch denken tot verlamming; het verhindert dat men de omvang en de betekenis van de gebeurtenissen ziet.

Ondanks de overvloed aan informatie, of misschien juist daardoor, heeft het Westen moeite om de werkelijkheid te begrijpen zoals die is. Er zijn naïeve voorspellingen gedaan door sommige Amerikaanse experts die geloofden dat Angola het Vietnam van de Sovjet-Unie zou worden of dat Cubaanse expedities in Afrika het best gestopt konden worden door speciale Amerikaanse hoffelijkheid voor Cuba. Kennan’s advies aan zijn eigen land — om te beginnen met unilaterale ontwapening — behoort tot dezelfde categorie. Als je eens wist hoe de jongste functionarissen van het Kremlin lachen om jullie politieke tovenaars. Wat Fidel Castro betreft: hij minacht de Verenigde Staten ronduit en stuurt zijn troepen naar verre avonturen vanuit zijn land dat vlak naast dat van jullie ligt.

De wreedste fout was echter dat we de oorlog in Vietnam niet begrepen. Sommige mensen wilden oprecht dat alle oorlogen zo snel mogelijk ophielden; anderen geloofden dat er ruimte moest zijn voor nationale, of communistische, zelfbeschikking in Vietnam, of in Cambodja, zoals we vandaag met bijzondere duidelijkheid zien. Maar leden van de Amerikaanse anti-oorlogsbeweging raakten uiteindelijk betrokken bij het verraad van naties in het Verre Oosten, bij een genocide en bij het lijden dat 30 miljoen mensen daar vandaag de dag wordt opgelegd. Horen deze overtuigde pacifisten het gekreun dat daar vandaan komt? Begrijpen ze hun verantwoordelijkheid vandaag? Of willen ze het liever niet horen?

De Amerikaanse Intelligentsia heeft haar moed verloren en als gevolg daarvan is het gevaar veel dichter bij de Verenigde Staten gekomen. Maar men is zich hier niet van bewust. Jullie kortzichtige politici die de overhaaste Vietnam-capitulatie ondertekenden, gaven Amerika ogenschijnlijk een zorgeloze adempauze; nu doemt er echter een honderdvoudig Vietnam boven jullie op. Dat kleine Vietnam was een waarschuwing geweest en een gelegenheid om de moed van de natie te mobiliseren. Maar als een volwaardig Amerika een echte nederlaag leed van een klein communistisch halfland, hoe kan het Westen dan hopen in de toekomst stand te houden?

Ik heb al de gelegenheid gehad om te zeggen dat de Westerse democratie in de 20e eeuw geen enkele grote oorlog heeft gewonnen zonder hulp en bescherming van een machtige continentale bondgenoot wiens filosofie en ideologie het niet in twijfel trok. In de Tweede Wereldoorlog tegen Hitler, in plaats van die oorlog te winnen met haar eigen strijdkrachten, wat zeker voldoende zou zijn geweest, kweekte en cultiveerde de Westerse democratie een andere vijand die erger zou blijken te zijn, omdat Hitler nooit zoveel middelen en zoveel mensen had, noch aantrekkelijke ideeën aanbood, of zoveel aanhangers in het Westen had als de Sovjet-Unie. Op dit moment hebben sommige Westerse stemmen al gesproken over het verkrijgen van bescherming van een derde macht tegen agressie in het volgende wereldconflict, als dat er komt. In dit geval zou het schild China zijn. Maar ik zou geen enkel land ter wereld zo’n uitkomst toewensen. Ten eerste is het opnieuw een gedoemde alliantie met het Kwaad; ook zou het de Verenigde Staten uitstel geven, maar wanneer op een later tijdstip China met zijn miljard mensen zich gewapend met Amerikaanse wapens zou omdraaien, zou Amerika zelf ten prooi vallen aan een genocide zoals in Cambodja in onze dagen.

En toch — geen enkel wapen, hoe krachtig ook, kan het Westen helpen totdat het zijn verlies aan wilskracht overwint. In een staat van psychologische zwakte worden wapens een last voor de capitulerende partij. Om jezelf te verdedigen moet je ook bereid zijn om te sterven; die bereidheid is er niet in een samenleving die is grootgebracht in de cultus van het materiële welzijn. Er blijft dan niets anders over dan concessies, pogingen om tijd te winnen en verraad. Zo gaven op de beschamende conferentie van Belgrado vrije Westerse diplomaten in hun zwakte de lijn over waar geknechte leden van Helsinki Watchgroups hun leven voor opofferen.

Het westerse denken is conservatief geworden: de wereldsituatie moet blijven zoals die is, koste wat het kost; er mag niets veranderen. Deze slopende droom van een status quo is het symptoom van een samenleving die aan het einde van haar ontwikkeling is gekomen. Maar je moet wel blind zijn om niet te zien dat de oceanen niet langer toebehoren aan het Westen, terwijl het land dat onder haar heerschappij valt steeds kleiner wordt. De twee zogenaamde wereldoorlogen (ze waren bij lange na niet op wereldschaal, nog niet) hebben de interne zelfvernietiging betekend van het kleine, progressieve Westen dat zo zijn eigen einde heeft voorbereid. De volgende oorlog (die geen atoomoorlog hoeft te zijn en ik geloof ook niet dat dat zal gebeuren) zou de Westerse beschaving wel eens voorgoed ten grave kunnen dragen.

Hoe is het mogelijk om tegenover zo’n gevaar, met zulke prachtige historische waarden in jullie verleden, op zo’n hoog niveau van realisatie van vrijheid en toewijding aan vrijheid, de wil om jezelf te verdedigen in zo’n mate te verliezen?

Hoe is deze ongunstige krachtsverhouding tot stand gekomen? Hoe is het Westen van zijn triomftocht tot zijn huidige ziekte vervallen? Zijn er fatale wendingen en koersverliezen geweest in haar ontwikkeling? Het lijkt er niet op. Het Westen bleef sociaal vooruitgaan in overeenstemming met zijn verkondigde bedoelingen, met de hulp van briljante technologische vooruitgang. En plotseling bevond het zich in zijn huidige staat van zwakte.

Dit betekent dat de fout aan de wortel moet liggen, aan de basis van het menselijk denken in de afgelopen eeuwen. Ik doel op het heersende westerse wereldbeeld dat ontstond tijdens de Renaissance en zijn politieke uitdrukking vond vanaf de periode van de Verlichting. Het werd de basis voor bestuur en sociale wetenschap en kan worden gedefinieerd als rationalistisch humanisme of humanistische autonomie: de geproclameerde en afgedwongen autonomie van de mens ten opzichte van elke hogere macht boven hem. Het kan ook antropocentrisme worden genoemd, waarbij de mens wordt gezien als het centrum van alles wat bestaat.

De wending die door de Renaissance werd geïntroduceerd was historisch gezien duidelijk onvermijdelijk. De Middeleeuwen waren tot een natuurlijk einde gekomen door uitputting, door een ondraaglijke despotische onderdrukking van de fysieke natuur van de mens ten gunste van de spirituele. Maar toen keerden we de Geest de rug toe en omarmden we alles wat materieel is met buitensporige en ongegronde ijver. Deze nieuwe manier van denken, die ons haar leiding had opgedrongen, erkende het bestaan van het intrinsieke kwaad in de mens niet en zag geen hogere taak dan het bereiken van geluk op aarde. Het baseerde de moderne westerse beschaving op de gevaarlijke trend om de mens en zijn materiële behoeften te aanbidden. Alles buiten het fysieke welzijn en de accumulatie van materiële goederen, alle andere menselijke behoeften en kenmerken van een subtielere en hogere aard, werden buiten het aandachtsgebied van de staat en sociale systemen gelaten, alsof het menselijk leven geen superieure zin had. Dat gaf toegang tot het kwaad, waarvan in onze dagen een vrije en constante stroom is. Vrijheid alleen lost niet alle problemen van het menselijk leven op en voegt er zelfs een aantal nieuwe aan toe.

In vroege democratieën echter, zoals in de Amerikaanse democratie ten tijde van haar ontstaan, werden alle individuele mensenrechten toegekend omdat de mens een schepsel van God is. Dat wil zeggen, vrijheid werd aan het individu voorwaardelijk gegeven, in de veronderstelling van zijn voortdurende religieuze verantwoordelijkheid. Dat was de erfenis van de voorgaande duizend jaar. Tweehonderd of zelfs vijftig jaar geleden zou het in Amerika onmogelijk hebben geleken dat aan een individu grenzeloze vrijheid kon worden gegeven, alleen maar om zijn instincten of grillen te bevredigen. Maar vervolgens werden al deze beperkingen overal in het Westen overboord gegooid; er vond een totale bevrijding plaats van het morele erfgoed van de Christelijke eeuwen met hun grote reserves aan barmhartigheid en opoffering. Staatsstelsels werden steeds meer en totaal materialistisch. Het Westen eindigde met het werkelijk afdwingen van mensenrechten, soms zelfs overdreven, maar het verantwoordelijkheidsgevoel van de mens jegens God en de samenleving werd steeds zwakker. In de afgelopen decennia bereikte het legalistisch egoïstische aspect van de westerse benadering en het westerse denken zijn laatste dimensie en belandde de wereld in een zware geestelijke crisis en een politieke impasse. Alle verheerlijkte technologische verworvenheden van de vooruitgang, inclusief de verovering van de ruimte, kunnen de morele armoede van de 20e eeuw, die niemand zich zelfs maar in de 19e eeuw kon voorstellen, niet goedmaken.

Toen het humanisme in zijn ontwikkeling steeds materialistischer werd, maakte het zichzelf steeds toegankelijker voor speculatie en manipulatie door het socialisme en vervolgens het communisme. Zodat Karl Marx kon zeggen dat “communisme genaturaliseerd humanisme is.”

Deze uitspraak bleek niet helemaal onzinnig te zijn. Men ziet dezelfde stenen in de fundamenten van een gedespiritualiseerd humanisme en van elk type socialisme: onbegrensd materialisme; vrijheid van religie en religieuze verantwoordelijkheid, die onder communistische regimes het stadium van antireligieuze dictaturen bereiken en concentratie op sociale structuren met een schijnbaar wetenschappelijke benadering. Dit is typerend voor de Verlichting in de 18e eeuw en voor het marxisme. Niet toevallig gaan alle betekenisloze beloften en eden van het communisme over de mens, met een hoofdletter M, en zijn aardse geluk. Op het eerste gezicht lijkt het een lelijke parallel: gemeenschappelijke kenmerken in het denken en de manier van leven van het Westen van vandaag en het Oosten van vandaag? Maar zo is de logica van de materialistische ontwikkeling.

De onderlinge relatie is ook zodanig dat de stroming van het materialisme die het meest links is, altijd sterker, aantrekkelijker en zegevierend eindigt, omdat ze consistenter is. Humanisme zonder zijn christelijke erfenis kan zo’n concurrentie niet weerstaan. We zien dit proces in de afgelopen eeuwen en vooral in de afgelopen decennia, op wereldschaal terwijl de situatie steeds dramatischer wordt. Het liberalisme werd onvermijdelijk verdrongen door het radicalisme; het radicalisme moest zich overgeven aan het socialisme; en het socialisme kon nooit weerstand bieden aan het communisme.

Het communistische regime in het Oosten kon standhouden en groeien dankzij de enthousiaste steun van een enorm aantal westerse intellectuelen die een verwantschap voelden en weigerden de misdaden van het communisme te zien. En toen ze dat niet meer konden, probeerden ze deze te rechtvaardigen. In onze oosterse landen heeft het communisme een complete ideologische nederlaag geleden; het is nul en minder dan nul. Maar Westerse intellectuelen kijken er nog steeds met belangstelling en empathie naar, en dit is precies wat het zo immens moeilijk maakt voor het Westen om het Oosten te weerstaan.

Ik onderzoek hier niet het geval van een rampzalige wereldoorlog en de veranderingen die dat in de samenleving teweeg zou brengen. Zolang we elke ochtend onder een vredige zon ontwaken, moeten we een alledaags leven leiden. Er is echter een ramp die al geruime tijd aan de gang is. Ik heb het over de ramp van een despiritualisering en het onreligieus humanistisch bewustzijn.

Voor zo’n bewustzijn is de mens de toetssteen bij het beoordelen van alles op aarde — de onvolmaakte mens, die nooit vrij is van trots, eigenbelang, afgunst, ijdelheid en tientallen andere gebreken. We ervaren nu de gevolgen van fouten die aan het begin van de reis nog niet waren opgemerkt. Op de weg van de Renaissance naar onze dagen hebben we onze ervaring verrijkt, maar we zijn het concept van een ‘Opperste Volledige Entiteit’ kwijtgeraakt die vroeger onze passies en onze onverantwoordelijkheid in toom hield. We hebben teveel hoop gevestigd op politieke en sociale hervormingen, om er vervolgens achter te komen dat we beroofd werden van ons kostbaarste bezit: ons spirituele leven. In het Oosten wordt het vernietigd door de handel en wandel van de regerende partij. In het Westen wordt het verstikt door commerciële belangen. Dit is de echte crisis. De splitsing in de wereld is minder verschrikkelijk dan de gelijkenis van de ziekte die haar belangrijkste delen teistert.

Als het humanisme gelijk had door te verklaren dat de mens alleen geboren is om gelukkig te zijn, dan zou hij niet geboren zijn om te sterven. Aangezien zijn lichaam gedoemd is te sterven, moet zijn taak op aarde duidelijk van een meer spirituele aard zijn. Het kan niet het ongeremd genieten van het dagelijks leven zijn. Het kan niet het zoeken zijn naar de beste manieren om materiële goederen te verkrijgen en er dan vrolijk het beste van te maken. Het moet de vervulling van een permanente, serieuze plicht zijn, zodat iemands levensreis een ervaring van morele groei wordt, zodat iemand het leven verlaat als een beter mens dan hij het begonnen is. Het is noodzakelijk om de tabel van wijdverspreide menselijke waarden te herzien. De huidige onjuistheid ervan is verbazingwekkend. Het is niet mogelijk dat de beoordeling van de prestaties van de president wordt gereduceerd tot de vraag hoeveel geld iemand verdient of of er onbeperkt benzine beschikbaar is. Alleen vrijwillige, geïnspireerde zelfbeheersing kan de mens verheffen boven de wereldstroom van materialisme.

Het zou achteruitgang zijn om je vandaag de dag te hechten aan de verstarde formules van de Verlichting. Sociaal dogmatisme laat ons volledig hulpeloos tegenover de beproevingen van onze tijd. Zelfs als we gespaard blijven van vernietiging door oorlog, zullen onze levens moeten veranderen als we het leven willen redden van zelfvernietiging. We kunnen er niet omheen om de fundamentele definities van het menselijk leven en de menselijke samenleving te herzien. Is het waar dat de mens boven alles staat? Is er geen Hogere Geest boven hem? Is het juist dat het leven van de mens en de activiteiten van de maatschappij in de eerste plaats bepaald moeten worden door materiële expansie? Is het toegestaan om een dergelijke expansie te bevorderen ten koste van onze spirituele integriteit?

Als de wereld niet aan haar einde is gekomen, dan is ze wel een belangrijke wending in de geschiedenis genaderd, even belangrijk als de wending van de Middeleeuwen naar de Renaissance. Het zal van ons een spirituele opleving vragen: We zullen moeten stijgen naar een nieuwe hoogte van visie, naar een nieuw niveau van leven waar onze fysieke natuur niet zal worden vervloekt zoals in de Middeleeuwen, maar, nog belangrijker, ons spirituele wezen niet zal worden vertrapt zoals in de Moderne Tijd.

Deze opstijging zal vergelijkbaar zijn met het beklimmen van het volgende antropologische stadium. Niemand op aarde heeft nog een andere weg dan — naar boven.

BronThe Aleksandr Solzhenitsyn Center

Op 5 september 2024 verscheen deze vertaling op Geotrendlines